Artikel
Continu verbeteren vraagt dezelfde sturing als de operatie.
Voor het draaiend houden van de zaak heeft u een compleet sturingsapparaat. Voor het veranderen ervan meestal niets. Dat is de reden dat verbeterinitiatieven stranden, en het is een ontwerpvraagstuk, geen motivatievraagstuk.
01 Twee soorten werk
Elke organisatie doet tegelijk twee dingen. Ze houdt de zaak draaiende: orders leveren, projecten uitvoeren, klanten bedienen, aan normen voldoen. En ze verandert zichzelf: processen verbeteren, systemen invoeren, een nieuwe werkwijze opzetten.
In de vakliteratuur heten die twee running the business en changing the business. Het onderscheid is niet academisch, want het gaat om twee soorten werk die zich fundamenteel anders gedragen.
Draaiend houden is herhalend. Het volume is bekend, de afwijking is meetbaar, en als er iets misgaat merkt u dat vandaag. Veranderen is eenmalig, onzeker, en het effect blijkt pas over maanden. Wat u vandaag niet aan verbetering doet, merkt niemand vandaag. Dat verschil verklaart bijna alles wat hierna komt.
02 Hoe goed de operatie geregeld is
Zet eens op een rij wat er in uw organisatie al staat om de operatie te sturen. In de meeste bedrijven waar ik kom is dat een indrukwekkende lijst:
- een vaste vergadercyclus, van dagstart tot managementteam;
- prestatie-indicatoren die met vaste regelmaat op tafel komen;
- een lijnstructuur waarin iedereen weet aan wie hij rapporteert;
- een escalatiepad dat in werking treedt als een norm niet gehaald wordt;
- afspraken over wie welk besluit mag nemen, en tot welk bedrag;
- een planningsproces dat vraag en capaciteit tegen elkaar afzet.
Dat apparaat is niet vanzelf ontstaan. Er is jarenlang aan gebouwd, en het wordt onderhouden. Niemand zou op het idee komen om een productielocatie te besturen zonder cijfers, of een project uit te voeren zonder planning.
03 En hoe slecht verandering
Loop nu dezelfde lijst langs, maar dan voor verbetering. Is er een vast overleg waarin de voortgang van verbeterinitiatieven wordt besproken, met dezelfde regelmaat als de operationele cijfers? Is er één plek waar ze allemaal staan? Is per initiatief iemand aanspreekbaar? Bestaat er een escalatiepad voor een verbetering die vastloopt op een besluit van hogerop?
In vrijwel elke organisatie is die tweede lijst grotendeels leeg. Niet omdat verandering minder belangrijk wordt gevonden, maar omdat niemand het ooit heeft ingericht. Verbetering is blijven hangen in de categorie goede voornemens, terwijl de operatie allang in de categorie bestuurd proces zit.
De operatie wint altijd. Dat is geen onwil, dat is een verschil in organisatiegraad.
Dit is precies waarom "er meer aandacht aan besteden" niet werkt. U zet dan een ongeorganiseerde activiteit in tegen een tot in detail georganiseerd proces. De uitkomst van die wedstrijd ligt vast.
04 Waar de PDCA-cyclus breekt
Continu verbeteren wordt meestal uitgelegd aan de hand van de cyclus van Deming: Plan, Do, Check, Act. Plannen wat u gaat verbeteren, het uitvoeren, vaststellen of het heeft gewerkt, en op basis daarvan bijstellen of borgen.
Vraag een willekeurige organisatie waar die cyclus stukloopt en u krijgt zelden het goede antwoord. Plan gaat prima: er worden plannen genoeg gemaakt. Do gaat ook, er wordt hard gewerkt. Het breekt bij Check.
Initiatieven worden afgerond, niet geverifieerd. De oplevering is het eindpunt. Of het beoogde effect daadwerkelijk is opgetreden, wordt zelden vastgesteld, en als het al wordt vastgesteld gebeurt dat niet op een moment waarop iemand er nog iets mee doet.
Zonder Check is er ook geen Act. Er wordt niets bijgesteld, niets geborgd en niets geleerd. En dat verklaart een verschijnsel dat u waarschijnlijk herkent: dezelfde auditbevinding die jaar na jaar terugkomt. Dat is geen kwaliteitsprobleem. Dat is een cyclus die twee stappen mist.
Een tweede gevolg is subtieler. Een verbetering die niet wordt geborgd in de manier waarop mensen dagelijks werken, zakt terug. Niet meteen, maar binnen een half jaar staat de oude werkwijze er weer. Wie alleen op oplevering stuurt, ziet dat niet gebeuren.
05 Fundament 1: prestaties meten
Continu verbeteren rust op twee metingen, en de meeste organisaties doen er hooguit één. De eerste is het meten van prestaties: hoe presteert het proces vandaag, afgezet tegen wat het zou moeten zijn.
Dat klinkt vanzelfsprekend en is het niet. Zonder die meting verbetert u op gevoel, en in de praktijk betekent gevoel: op wie het hardst roept, of op wat het laatste incident was. Beide zijn slechte gidsen. Het luidste probleem is zelden het duurste.
Prestatiemeting vertelt u waar verbetering nodig is. Het maakt de discussie over prioriteiten bovendien een stuk minder politiek: als de cijfers laten zien waar de grootste afwijking zit, hoeft niemand zijn gelijk te halen.
Twee valkuilen. De eerste is te veel meten. Twintig indicatoren op een dashboard leiden tot nul besluiten. De tweede is uitsluitend achteraf meten. Een indicator die pas na afloop van de maand iets zegt, is een geschiedenisles, geen stuurmiddel.
06 Fundament 2: voortgang volgen
De tweede meting is die van de verbeterinitiatieven zelf, en juist die ontbreekt bijna altijd. Prestatiemeting vertelt u waar het schuurt. Voortgangsmeting vertelt u of er daadwerkelijk iets aan gebeurt.
Dat is een ander soort informatie. Niet: hoe presteert het proces. Maar: hoeveel initiatieven lopen er, hoe lang lopen ze al, welke staan stil en waarom, en wie is aanspreekbaar. Zonder dat beeld stuurt u op intenties.
Wat zo'n overzicht bijna altijd aan het licht brengt, is dat er te veel tegelijk loopt. Dat is geen kwestie van ambitie maar van rekenen: dezelfde capaciteit verdeeld over twintig initiatieven levert twintig trage trajecten op, niet twintig snelle. Het bewust beperken van wat er tegelijk onderhanden is, is daarom een stuurmiddel en geen bezuiniging. Vijf initiatieven die afkomen zijn meer waard dan twintig die schuiven.
Er hoort één mechanisme bij dat vaak vergeten wordt: escalatie. Een initiatief dat vastloopt op een besluit dat de eigenaar niet zelf mag nemen, moet omhoog kunnen. Bestaat dat pad niet, dan valt het initiatief stil en heet dat achteraf gebrek aan doorzettingsvermogen. Het is een ontwerpfout.
07 Output, outcome, effect
Er is één onderscheid dat het verschil maakt tussen een verbeterprogramma dat zichzelf kan verantwoorden en een dat dat niet kan. Neem een dashboard dat wordt gebouwd om de levertijd te bewaken:
- Output: het dashboard is opgeleverd. Dat is wat het project produceert.
- Outcome: de planners gebruiken het en sturen erop. Dat is een gedragsverandering.
- Effect: de levertijd is aantoonbaar gedaald. Dat is wat u wilde.
Alleen het derde telt, en in vrijwel elke voortgangsrapportage staat alleen het eerste. "Project afgerond" is dan ook geen resultaat maar een mededeling over een planning.
Wie dit onderscheid maakt, krijgt er iets waardevols voor terug. U kunt de vraag beantwoorden of verbeteren geld oplevert, en dat is de vraag die vroeg of laat toch wordt gesteld. Zuiver meten kan niet, want u weet nooit hoe het zou zijn gelopen zonder. Maar het verschil tussen "we hebben elf projecten afgerond" en "de levertijd is van veertien naar negen dagen gegaan en dit zijn de drie initiatieven die daaraan bijdroegen" is het verschil tussen een kostenpost en een investering.
08 Waar u morgen mee begint
Niet met een systeem invoeren. Begin met tellen, want zonder feiten wordt dit een meningenstrijd.
Maak één lijst van alles wat op dit moment loopt en dat capaciteit van uw mensen vraagt. Projecten, verbeteringen, implementaties, audittrajecten, alles. Twee vragen bij elke regel: aan welk doel draagt dit bij, en wie is aanspreekbaar op de voortgang?
In vrijwel elke organisatie levert die oefening hetzelfde op. De lijst is langer dan iedereen dacht. Bij een deel is het doel niet te benoemen. Bij een deel weet niemand precies wie erover gaat. En een aantal initiatieven blijkt al maanden stil te liggen zonder dat iemand het had gemerkt.
Dat is geen falen. Dat is de nulmeting waarmee u begint, en het is de eerste keer dat veranderen dezelfde behandeling krijgt als de operatie: geteld, benoemd en belegd.
Verder lezen
Dit stuk gaat over waaróm verbeteren dezelfde sturing verdient als de operatie. Wilt u weten hoe dat in de praktijk wordt opgezet, dan loopt de werkwijze stap voor stap langs de kennismaking, de scan en de vier fasen daarna.
Wilt u eerst weten hoe uw organisatie er nu voor staat? De zelftoets loopt in tien vragen langs dezelfde onderdelen: richting, overzicht, prioriteit, eigenaarschap, sturing en effect. Vijf minuten, en u ziet direct waar het fundament staat en waar het rammelt.